Wnsp

Zie ook : http://www.schuldenaflossen.info/category/wnsp/

De Wet schuldsanering natuurlijke personen of Wsnp is een Nederlandse wet uit 1998, die burgers een extra mogelijkheid biedt op een schuldenvrije toekomst. Belangrijkste voorwaarde is dat je eerste het minnelijk traject heb doorlopen. Voldoe je niet aan deze voorwaarde wordt door de rechter het WNSP traject afgewezen.

De schuldsaneringsregeling is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld (“te goeder trouw”) in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. De rechter spreekt een faillissement uit indien voldoende vaststaat dat een persoon (dat kan zowel een natuurlijk persoon als een rechtspersoon zijn) niet meer in staat is zijn schulden te betalen. Een faillissement wordt echter in de regel opgeheven zonder dat de schuldeisers enige betaling hebben ontvangen.

De schulden blijven in een faillissement dus gewoon bestaan. Een rechtspersoon (bijvoorbeeld een BV) houdt over het algemeen op te bestaan, dus de schuldeisers kunnen daar geen verhaal meer halen.

Voor een natuurlijk persoon ligt dit anders. Een natuurlijk persoon kan slechts in een zeer drastisch geval ophouden te bestaan. Hij blijft in principe levenslang met zijn schulden zitten, tenzij hij bijvoorbeeld een akkoord kan sluiten. Deze situatie werd onwenselijk geacht. De wet schuldsanering natuurlijke personen tracht een oplossing te bieden door middel van een schuldsaneringsregeling.

De schuldsaneringsregeling is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld (“te goeder trouw”) in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. De regeling duurt in beginsel drie jaar. Indien de rechtbank na verloop van die drie jaar oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt hem de zogenaamde schone lei gegeven.

De schone lei betekent dat de schulden die bestonden op het moment dat de schuldsaneringsregeling is uitgesproken niet langer afdwingbaar zijn. Wordt de schone lei niet gegeven, dan blijven de schulden bestaan.

Een verzoek om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling moet, voorzien van een aantal verplichte bijlagen, bij de rechtbank worden ingediend. Bijstand door een advocaat is daarbij niet nodig. De rechtbank roept de schuldenaar (degene die in de schuldsanering wil) over het algemeen op om te verschijnen op een zitting. Op deze zitting moet de schuldenaar zijn verzoek toelichten en kan de rechter vragen stellen over de situatie van de schuldenaar en over de schulden. Na de zitting wordt het verzoek beoordeeld. Het kan zijn dat de rechtbank nog nadere stukken opvraagt. De rechtbank beoordeelt het verzoek aan de hand van de criteria van artikel 288 van de Faillissementswet.

De rechter kan het verzoek uitsluitend toewijzen als de schuldenaar zelf voldoende aannemelijk maakt dat:

hij zijn schulden niet langer kan betalen;

hij met de schulden die in de afgelopen vijf jaar zijn ontstaan of onbetaald zijn gelaten, te goeder trouw is geweest. Voorbeelden van schulden waarvan het vaak lastig is om aan te tonen dat ze te goeder trouw zijn ontstaan zijn bijvoorbeeld boetes bij het CJIB, grandioze overbesteding (bijv. op het moment dat de schuldenaar zijn schulden al niet meer kan afbetalen sluit hij nóg een lening af) of schulden die zijn ontstaan door verslavingen (bijv. gok- of drankverslavingen); hij de verplichtingen die uit de schuldsanering voortvloeien naar behoren zal nakomen en hij zich in voldoende mate zal inspannen om geld te “sparen” voor de schuldeisers.

De WSNP is van kracht voor maximaal 3 jaar. Indien de persoon zich niet netjes gedraagt en andere financiële overeenkomsten aangaat wordt hij uit de WSNP gezet door de rechter. De schuldenaar heeft dan zonder schone lei de WSNP verlaten. Indien de schuldenaar zich wel netjes gedraagt en alles doet wat hij op zijn plicht heeft genomen beëindigd zijn WSNP met een schone lei. De meeste schulden worden kwijt gescholden omdat je tot de WSNP wordt toegelaten als je te veel schulden hebt en te lage inkomen.

Voor de laatste twee voorwaarden geldt dat de rechter een uitzondering kan maken als de schuldenaar aantoont dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het laten ontstaan of onbetaald laten van de schulden, onder controle heeft gekregen. Dit wordt de “keer-ten-goede” genoemd. Een voorbeeld: de schuldenaar is in de schulden gekomen door een gokverslaving, maar hij kan aantonen dat hij al een jaar niet meer gegokt heeft.

Ondanks het voorgaande is de rechter op grond van de wet verplicht om het verzoek af te wijzen: als de schuldsaneringsregeling al van toepassing is op de schuldenaar; als er geen “minnelijk traject” heeft plaatsgevonden.

Minnelijk traject zie: http://www.schuldenaflossen.info/2012/01/15/het-minnelijk-traject/

Een minnelijk traject betekent dat een daarvoor gekwalificeerde instelling probeert om aan de schuldeisers een aanbod te doen, gebaseerd op het inkomen van de schuldenaar, waarna de rest van de schuld wordt “kwijtgescholden”. Volgens de gedragscode die deze instellingen moeten hanteren, mag het minnelijk traject alléén doorgang vinden als alle schuldeisers het aanbod accepteren.

Vaak mislukt daardoor het minnelijk traject. Voorwaarde om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling is dat in ieder geval een reëel aanbod is gedaan!; als de schuldenaar schulden heeft die voortvloeien uit een veroordeling voor een misdrijf, als deze veroordeling heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar voordat het verzoek tot schuldsanering is gedaan.

De rechter mag, indien hij daar reden toe ziet, zelfs een langere termijn in acht nemen. Het gaat hier bijvoorbeeld om geldstraffen of veroordelingen door de strafrechter tot schadevergoeding aan een slachtoffer;

als minder dan 10 jaar voordat het verzoek tot schuldsanering is gedaan, de schuldsaneringsregeling al van toepassing is geweest op de schuldenaar. Hierop kan onder bepaalde omstandigheden een uitzondering worden gemaakt als de schuldsaneringsregeling destijds is beëindigd om redenen die de schuldenaar niet toe te rekenen zijn. als schuldeisers uit hoofde van hun beleid (bijvoorbeeld afspraken met het incassobureau of deurwaarderskantoor) niet akkoord gaan met het verzoek. Wanneer de rechter de toepassing van de WSNP uitspreekt, zal de rechter tegelijkertijd een bewindvoerder en een rechter-commissaris aanwijzen. De bewindvoerder is vergelijkbaar met een curator in een faillissement. De bewindvoerder die in het kader van de schuldsaneringsregeling wordt benoemd is geen hulpverlener. Het is iemand die er in opdracht van de rechtbank op toeziet dat de saniet (zo wordt iemand die in de schuldsaneringsregeling zit genoemd) zijn verplichtingen in het kader van de schuldsaneringsregeling nakomt. Net als bij een faillissement wordt de naam van de saniet gepubliceerd in de staatscourant. Wanneer de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard vervallen in de meeste gevallen alle beslagen die gelegd zijn, en moeten schuldeisers hun vordering ter verificatie aan de bewindvoerder overleggen. De rechter-commissaris is één van de rechters van de rechtbank die specifiek aan een bepaalde schuldsaneringsregeling “gekoppeld” wordt. De rechter-commissaris houdt toezicht op de bewindvoerder en oordeelt over allerhande verzoeken die in een schuldsaneringsregeling kunnen worden gedaan, zoals een verzoek om te worden ontheven van de sollicitatieplicht. Een schuldsanering middels de Wsnp duurt normaal gesproken drie jaar, met een maximum van vijf jaar. Gedurende deze tijd moet de saniet leven van het absolute sociale minimum (het zgn. Vrij Te Laten Bedrag). Al het meerdere dat de saniet verdient wordt op een bankrekening van de bewindvoerder gestort, de boedelrekening. De saniet moet zich inspannen om zo veel mogelijk geld voor zijn schuldeisers te verzamelen. Dit kan dus ook een baanwisseling of verhuizing naar een goedkopere woning inhouden. Uiteraard zal het vermogen van de saniet worden geliquideerd. Dit houdt in dat dingen die waarde hebben, zoals auto’s, caravans of dure plasmatelevisies, moeten worden verkocht.

Wanneer de saniet zijn verplichtingen nakomt, zal de rechter na afloop van de sanering een schone lei verstrekken. De schuldeisers worden betaald voor zover er geld verzameld is, en het resterende bedrag van de vordering wordt een natuurlijke verbintenis. De schulden blijven dus wel bestaan, maar schuldeisers kunnen slechts in bepaalde gevallen invorderingsmaatregelen zoals beslaglegging nemen.

Verplichtingen in de schuldsaneringsregeling

De schuldenaar heeft de volgende verplichtingen:

De rechter-commissaris stelt een vrij te laten bedrag vast. De hoogte van dit bedrag hangt af van bijvoorbeeld de gezinssituatie en van een aantal vaste lasten. Het vrij te laten bedrag ligt meestal iets hoger dan de beslagvrije voet. Het inkomen boven het vrij te laten bedrag moet iedere maand op de boedelrekening worden gestort. Stel het inkomen is € 2000 per maand en het vrij te laten bedrag is € 1500, dan moet dus iedere maand € 500 op de boedelrekening worden gestort. Een erfenis maar ook een belastingteruggave (om een paar voorbeelden te noemen) komt in zijn geheel ten goede aan een zogenaamde boedelrekening.

De schuldenaar mag geen nieuwe bovenmatige schulden laten ontstaan. De schuldenaar moet zoveel mogelijk inkomen zien te vergaren. Als hij in staat is om te werken, moet hij dat ook doen, althans laten zien dat hij actief op zoek is naar werk. Alleen indien wordt aangetoond dat de schuldenaar arbeidsongeschikt is, vervalt deze verplichting.

De schuldenaar moet de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd informeren over alles dat voor de schuldsaneringsregeling van belang is, bijvoorbeeld een verandering van het inkomen of een verhuizing. Indien de schuldenaar zich niet aan deze verplichtingen houdt kan de rechtbank de regeling tussentijds beëindigen. De schuldenaar gaat in dat geval failliet. De rechtbank kan ook weigeren de schone lei te geven. De schuldenaar gaat in dat geval niet failliet maar de schulden blijven wel gewoon bestaan.

Controle

De bewindvoerder ziet streng toe dat de saniet zijn verplichtingen nakomt. Zo geldt er een postblokkade die minimaal het eerste jaar van de sanering loopt, en daarna kan deze op verzoek van de bewindvoerder worden opgeheven. Ook kan de bewindvoerder een huisbezoek afleggen wanneer het hem schikt. De saniet is verplicht om de bewindvoerder overal toe te laten, en alle informatie te verschaffen die de bewindvoerder vraagt.

Schuldeisers

Voor schuldeisers betekent de WSNP dat zij worden gedwongen om mee te werken aan de sanering. Gedurende de looptijd van de sanering kunnen er geen beslagen worden gelegd, en wordt de rente over de vorderingen stilgezet. Bij faillissement Wanneer een faillissement van een natuurlijk persoon wordt aangevraagd, kan die zich verweren met de indiening van een verzoek om tot de schuldsaneringsregeling te worden toegelaten. Als hij dat doet, wordt eerst dat verzoek behandeld en wordt hij toegelaten, vervalt het verzoek tot faillietverklaring. Wordt hij niet toegelaten, dan gaat de behandeling van het verzoek tot faillietverklaring weer door.